manifesteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ni·fes·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
manifesteren
manifesteerde
gemanifesteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

manifesteren

  1. wederkerend zich ~ als waarneembaar worden
    • De infectie manifesteert zich in eerste instantie door hoge koorts. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl