manifesteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ni·fes·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
manifesteren
manifesteerde
gemanifesteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

manifesteren

  1. overgankelijk algemeen bekend maken, aan iedereen laten blijken
  2. inergatief een betoging houden
  3. wederkerend zich ~ waarneembaar worden
    • De infectie manifesteert zich in eerste instantie door hoge koorts. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen