manifesteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ni·fes·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
manifesteren
manifesteerde
gemanifesteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

manifesteren

  1. (wederkerend) zich ~ als waarneembaar worden
    De infectie manifesteert zich in eerste instantie door hoge koorts.
Vertalingen