mandoline

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[2] Een mandoline.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·do·li·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mandoline mandolines
verkleinwoord mandolinetje mandolinetjes

Zelfstandig naamwoord

mandoline v

  1. (muziekinstrument) een klein, luitvormig tokkelinstrument met vier paar snaren waarop met een plectrum getokkeld wordt
    • Ze had heel smalle handen gehad en lang, goudblond haar. Haar ogen waren lichtblauw en ze kon prachtige liederen zingen waarbij ze zichzelf op de mandoline begeleidde. [2] 
  2. (huishouden) rechthoekige rasp/schaaf, waarmee flinterdunne plakjes gemaakt kunnen worden
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 13


Frans

Zelfstandig naamwoord

mandoline

  1. (muziekinstrument) mandoline