Naar inhoud springen

loods

Uit WikiWoordenboek
  • loods
enkelvoud meervoud
naamwoord loods loodsen
verkleinwoord loodsje loodsjes

deloodsm

  1. gebouw voor opslag van goederen
  2. (beroep) (scheepvaart) iemand die schepen als stuurman begeleidt bij het varen van en naar een bepaalde haven
vervoeging van
loodsen

loods

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loodsen
    • Ik loods. 
  2. gebiedende wijs van loodsen
    • Loods! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van loodsen
    • Loods je? 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]