hangar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·gar
enkelvoud meervoud
naamwoord hangar hangars
verkleinwoord hangartje hangartjes

Zelfstandig naamwoord

hangar m

  1. (luchtvaart) een opslagplaats voor een of meer vliegtuigen.
Synoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie