krul

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Man met rode krullen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krul
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘omgebogen vorm, b.v. van haar’ voor het eerst aangetroffen in 1477 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord krul krullen
verkleinwoord krulletje krulletjes

Zelfstandig naamwoord

krul v/m

  1. spiraalsgewijs gekromde vorm
    • Hij had in de hoeken wat krullen getekend ter versiering. 
  2. lok haar die de vorm van [1] aanneemt
    • Op het Boekenbal kwam een meisje naar me toe. Op zichzelf is dat een fijne beginzin – misschien moet ik daar maar meteen ophouden. Het suggereert genoeg. Ik kende haar een beetje, krulletjes, van die grote intense ogen waarvan je zou denken dat ze in het donker kunnen zien. We kletsten wat, ik stond daar in mijn galapak, mijn gepoetste schoenen, mijn das, vodka-tonic, helemaal Don Draper-modus, 100 procent confidence, totdat ze ineens de meest dodelijke zin zei die iemand op feestjes kan zeggen: „Ik zit eraan te denken om ook een roman te schrijven.” [3] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
krullen

krul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krullen
    • Ik krul. 
  2. gebiedende wijs van krullen
    • Krul! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krullen
    • Krul je? 

Verwijzingen