haarlok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

meisje bezig met haar haarlokken
Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·lok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haarlok haarlokken
verkleinwoord haarlokje haarlokjes

Zelfstandig naamwoord

haarlok v/m [1]

  1. bundelte haren van een mens
    • De stal van melkveehouder Sylvain Fresneau is het zenuwcentrum van een strijd die in Asterix niet zou misstaan: het Gallische dorpje dat zich manhaftig verzet tegen de boze buitenwereld, dit keer in de vorm van een vliegveld. Zelf past Fresneau (54) met zijn karakteristieke druipsnor en wilde haarlokken ook goed in beeld. Willen ze hier in Notre-Dame-des-Landes een landingsbaan op zijn erf aanleggen, dan zullen de autoriteiten hem moeten wegdragen. „En dan nog geef ik niet op”, zegt hij.[2] 
    • Phillip Toledano was zes toen zijn zusje van negen, Claudia, overleed. Thuis werd er niet meer over haar gesproken. De kleine Phillip ontwikkelde een passie voor planeten en verre zonnestelsels - zo ver mogelijk weg van dat onbegrijpelijke verdriet. Dat er een verband tussen was, begreep hij pas toen hij bij het overlijden van zijn moeder een doos vond met aandenkens aan Claudia: foto’s, briefjes van zijn zusje aan haar ouders, brieven van de moeder aan haar overleden dochter, een haarlok in een plastic zakje. Hij heeft er een fotoboek over gemaakt dat je de tranen over de wangen doet biggelen.[3]  

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Peter Vermaas 24 juni 2016
  3. NRC Tracy Metz 21 april 2016