lifter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hitchhicking on the road 132 - Gaspésie Canada.jpg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lif·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de werkwoordstam van liften met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord lifter lifters
verkleinwoord liftertje liftertjes

Zelfstandig naamwoord

lifter m

  1. (verkeer) iemand die gratis als passagier meerijdt met een langs de weg aangehouden auto
    • De lifter had maar weinig bagage. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be