Naar inhoud springen

gelijkmaken

Uit WikiWoordenboek
  • ge·lijk·ma·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gelijkmaken
maakte gelijk
gelijkgemaakt
zwak -t volledig

gelijkmaken

  1. overgankelijk egaliseren, vlak maken
    • Begin april was men bezig met het storten van de ondergrond en het gelijkmaken ervan. 
  2. inergatief (sport) een achterstand wegwerken
    • In de tweede helft werd er toch nog gelijkgemaakt. 
  • [1] met de grond gelijkmaken
    volledig vernietigen
 Neen, laten wij het nest meteen uitroeien, en met de grond gelijkmaken.[1]
96 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 18 november 2025 Weblink bron “Het verboden rijk.”, 7e druk (1976), Nijgh & Van Ditmar, Den Haag/Rotterdam, ISBN 9023652533, p. 51
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be