krant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
De man leest een krant.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krant
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dagblad’ voor het eerst aangetroffen in 1610 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord krant kranten
verkleinwoord krantje krantjes

Zelfstandig naamwoord

krant v/m

  1. (media) klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen