werkloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van werk met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen werkloos
verbogen werkloze

Bijvoeglijk naamwoord

werkloos

  1. zonder baan zijnd
  2. werkeloos, niets doend, niets verrichtend, niet werkend
    werkloos bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

stellend attributief
werkloos werklose

Bijvoeglijk naamwoord

werkloos

  1. werkloos