kwistig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwis·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kwistig kwistiger kwistigst
verbogen kwistige kwistigere kwistigste
partitief kwistigs kwistigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kwistig

  1. op lichtzinnige wijze verbruikend
    • Mensen in westerse landen zijn veel te kwistig in hun watergebruik. 
  2. royaal gevend
    • De staatsloterij was kwistig met het prijzengeld deze week. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl