kreuken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kreu·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kreuken
kreukte
gekreukt
zwak -t volledig

Werkwoord

kreuken

  1. (overgankelijk) het aanbrengen van min of meer permanente vouwtjes in een glad oppervlak
    De bladzijde werd door dat baldadige mispunt helemaal gekreukt.
  2. (ergatief) gekreukt raken
    Die linnen jurk is erg mooi, maar kreukt altijd verschrikkelijk.
Vertalingen