kreuk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kreuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kreuk kreuken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kreuk v / m [2]

  1. (ongewenste) vouw, kreukel
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
kreuken

kreuk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kreuken
    Ik kreuk.
  2. gebiedende wijs van kreuken
    Kreuk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kreuken
    Kreuk je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal