verfrommelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·from·me·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van frommelen (samenknijpen, in elkaar drukken) met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verfrommelen
verfrommelde
verfrommeld
zwak -d volledig

Werkwoord

verfrommelen

  1. overgankelijk iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen tot een bolletje
    • Ze verfrommelde haar mislukte aantekening en gooide het ding in de prullenbak. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.