kokos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·kos
enkelvoud meervoud
naamwoord kokos -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kokos o

  1. (stofnaam) de eetbare substantie in het binnenste deel van de kokosnoot
    Misschien is het wel lekker om hier wat kokos door te doen.
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Mota

Werkwoord

kokos

  1. insluiten, opsluiten