insluiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
insluiten
sloot in
ingesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

insluiten

  1. (overgankelijk) opsluiten in iets
  2. (overgankelijk) iets omgeven
  3. (overgankelijk) iets bijvoegen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen