koffiekan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

koffiekan
Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fie·kan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koffiekan koffiekannen
verkleinwoord koffiekannetje koffiekannetjes

Zelfstandig naamwoord

koffiekan v / m

  1. (huishouden) kan waar de koffie in aanwezig is voor het schenken in de mokken of koppen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie