kloosterling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kloos·ter·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kloosterling kloosterlingen
verkleinwoord kloosterlingetje kloosterlingetjes

Zelfstandig naamwoord

kloosterling m

  1. (beroep) (religie) iemand die gekozen heeft voor het leven in een klooster
    • De kloosterlingen namen deel aan de sext. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie