kina

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ki·na
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘boom, bast daarvan’ voor het eerst aangetroffen in 1722 [1]
  • [[[WikiWoordenboek:Genus|m]]] van Spaans quina [2] [3]
  • [[[WikiWoordenboek:Genus|v]] / m] uit Hebreeuws [4]
enkelvoud meervoud
naamwoord kina kina's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kina m [5] [6]

  1. (plantkunde) Cinchona op Wikispecies geslacht van planten, kinaboom
  2. (plantkunde) bast van zo'n boom (kinabast), grondstof voor kinine
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord kina kinot
verkleinwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als vrouwelijk zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

kina v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) klaaggedicht, treurzang
Verwante begrippen

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders
28 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen