kina

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ki·na
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘boom, bast daarvan’ voor het eerst aangetroffen in 1722 [1]
  • [[[WikiWoordenboek:Genus|m]]] van Spaans quina [2] [3]
  • [[[WikiWoordenboek:Genus|v]] / m] uit Hebreeuws [4]
  • Leenwoord uit het Tok Pisin, in de betekenis van ‘munteenheid van Papoea-Nieuw-Guinea’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1975 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kina kina's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kina m [5] [6]

  1. (plantkunde) Cinchona op Wikispecies geslacht van planten, kinaboom
  2. (plantkunde) bast van zo'n boom (kinabast), grondstof voor kinine
  3. (financieel) (eigenlijk Papoease kina), munteenheid van Papoea-Nieuw-Guinea
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord kina kinot
verkleinwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als vrouwelijk zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

kina v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) klaaggedicht, treurzang
Verwante begrippen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen