treurzang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • treur·zang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord treurzang treurzangen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

treurzang m [1]

  1. een lied met een droevige tekst
    • Eerlijk: die tikketietokkelliedjes, wordt u die nooit beu? Die baardige beertjes van Bear’s Den zijn heel aardige jongens, en de zanger Andrew Davie wekt, aan de bordjes te zien, zelfs de lust van veel aanwezige vrouwen op, maar wij hebben die banjoliedjes (beschikbaar in de smaken ‘gekwetste treurzang’ en ‘positieve mars’) al snel genoeg gehoord. [2] 
  2. (figuurlijk) geklaag in het algemeen
    • Ik ben mij er terdege van bewust dat ik door die treurzang over mijn financiële zorgen voor velen als een bekakte zaag overkom, en dat is ook zo. Maar goed, dat is mijn realiteit. Maar als ik lees dat onze staatssecretaris onder het mom van ‘laten we eerlijk zijn’ haar handen in onschuld wast, dan gaat er bij mij iets koken. Armoedebeleid is geen uitkeringsbeleid, zegt ze. We moeten op activering inzetten, zegt ze. Dat is allemaal goed en wel, maar er zijn ook werkende mensen die in armoede leven. En de tewerkstellingsgroei komt consequent niet de mensen die in armoede leven ten goede. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 19/08/2017 om 22:41 door Inge Schelstraete Bear’s Den: Déjà vu
  3. De Standaard 10 OKTOBER 2017 Ik heb niet genoeg geld
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be