kijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kijk
enkelvoud meervoud
naamwoord kijk -
verkleinwoord kijkje kijkjes

Zelfstandig naamwoord

kijk m

  1. manier van iets te beschouwen
    • Hij heeft een heel andere kijk op deze zaken. 
Verwante begrippen
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
kijken

kijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken
    • Ik kijk. 
  2. gebiedende wijs van kijken
    • Kijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken
    • Kijk je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.