kijkje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kijk·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de werkwoordstam van kijken met het achtervoegsel -je
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord kijkje kijkjes

Zelfstandig naamwoord

kijkje o dim. tant.

  1. ergens kort kijken
    • We gaan vandaag een kijkje nemen in ons nieuwe huis. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.