kijkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kijk·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de werkwoordstam van kijken met het achtervoegsel -je
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord kijkje kijkjes

Zelfstandig naamwoord

kijkje o dim. tant.

  1. ergens kort kijken
    • We gaan vandaag een kijkje nemen in ons nieuwe huis. 

Zelfstandig naamwoord

kijkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kijk

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be