gezichtspunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zichts·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gezichtspunt gezichtspunten
verkleinwoord gezichtspuntje gezichtspuntjes

Zelfstandig naamwoord

gezichtspunt o [3]

  1. de manier waarop iets wordt bekeken, oogpunt
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen