kietelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kie·te·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kietelen
kietelde
gekieteld
zwak -d volledig

Werkwoord

kietelen

  1. overgankelijk het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
    • De kleine hersenen reageren fel op de onverwachte impulsen, wanneer iemand gekieteld wordt. 
  2. kietelend aanvoelen
    • Mijn dikke teen kietelt. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie