kielen

Uit WikiWoordenboek
Een kielend schip.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kie·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kielen
kielde
gekield
zwak -d volledig

Werkwoord

kielen

  1. (scheepvaart) zijdelings scheef in het water komen te liggen, al of niet om reparaties uit te voeren
  2. (verouderd) kietelen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

kielen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kiel

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be