kapen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • capio (Lat.): grijpen, buitmaken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kapen
kaapte
gekaapt
zwak -t volledig

Werkwoord

kapen

  1. (overgankelijk) het stelen van een voertuig (vrnl. schepen en vliegtuigen)
    Er worden bij Somalië soms schepen gekaapt.
  2. (overgankelijk) het overvallen van een voertuig onderweg en het overnemen van dat voertuig, al dan niet gepaard met het gijzelen van inzittenden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

kapen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kaap

Meer informatie