gekaapt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kaapt

Werkwoord

vervoeging van
kapen

gekaapt

  1. voltooid deelwoord van kapen
stellend
onverbogen gekaapt
verbogen gekaapte
partitief gekaapts

Bijvoeglijk naamwoord

gekaapt

  1. dat met geweld iets (meestal een voertuig, oorspronkelijk vooral vaartuigen) in de macht is gekomen van kapers die er dingen mee doen die oorspronkelijk niet de bedoeling waren
    Het gekaapte vliegtuig en haar 200 passagiers zijn spoorloos verdwenen.
    De terroristen wilden een losgeld voor het gekaapte vliegtuig.