kaping

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ping
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaping kapingen
verkleinwoord kapinkje kapinkjes

Zelfstandig naamwoord

kaping v

  1. het met geweld, of onder bedreiging met geweld, overnemen van iets (vaak een voertuig).
    • Vaak worden de inzittenden als gijzelaars gebruikt (dan is de kaping ook een gijzeling) om bepaalde eisen van de kapers ingewilligd te krijgen. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be