intendant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ten·dant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord intendant intendanten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

intendant m [1]

  1. (beroep) zakelijk en artistiek leider van een kunstgezelschap
    • - Hans Waege is benoemd als intendant ad interim bij het Nationaal Orkest van België. Hij zal tot het eind van het jaar deze functie bekleden. Waege was van 2009 tot 2015 algemeen directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waar hij vertrok na een conflict. Daarvoor was Waege directeur van de Filharmonie in Antwerpen. Sinds september 2015 gaf hij als curator vorm aan het inhoudelijke programma voor Rotterdam World Expo 2015. [2] 
    • - Regisseur Johan Simons (68), tot voor kort bejubeld leider van de Münchner Kammerspiele, is intendant van de Ruhrtriënnale, die vanavond van start gaat. In de modder van het industriegebied is hij gelukkig. Zijn doel? Theater over en voor de gewone man. [3] 
  2. (militair) officier van de intendance
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 21 april 2016
  3. Volkskrant Hein Janssen 13 augustus 2015
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be