insectencopulatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sec·ten·co·pu·la·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord insectencopulatie
verkleinwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

insectencopulatie

  1. (schertsend) (eufemisme) overmatige aandacht voor kleinigheden
    • De heer DE WIT (Leefbaar Delft): Voorzitter. Leefbaar Delft is een groot voorstander van het autoluw maken van de binnenstad. Wij gaan dan ook niet mee in het gemierenneuk, elke keer weer, over een paar stukjes straat of het verplaatsen van een poller bij het Vrouwenregt met 50 meter.(…)
      De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer De Wit. De volgende keer graag een ander woord. Wat dacht u van "insectencopulatie"?
       [1]
    • Wil je nu echt dat ik dit ga uitleggen? Kom op zeg. Ik vind dit eerlijk gezegd een beetje insectencopulatie. [2]
Synoniemen
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. Verkerk, G.A.A. Handelingen, 13e vergadering, punt 165: Voorstel van het college aan de gemeenteraad inzake wijziging verordeningen in verband met uitbreiding autoluw-plus gebied (25 november 2010) gemeenteraad Delft; p. 24; geraadpleegd 2017-08-13
  2. Diadem reactie onder God's moraal objectief? (5 december 2001 22:08) op website: tweakers.net; (oudste vindplaats) geraadpleegd 2017-08-13