chicaneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chi·ca·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
chicaneren
chicaneerde
gechicaneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

chicaneren [2]

  1. (overgankelijk) actief zoeken naar de geringste aanleiding om kritiek te uiten en dan vitten op de kleinste foutjes, onderwerpen aan willekeurig getreiter
    Kort gezegd komt het erop neer dat homo’s door de SS bijzonder werden gechicaneerd. [3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. refoweb