ijskoud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·koud
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ijskoud
verbogen ijskoude
partitief ijskouds

Bijvoeglijk naamwoord

ijskoud

  1. (intensief) bijzonder koud, zo koud als ijs
    • Hij was bang in het ijskoude water te vallen. 
  2. (figuurlijk), (intensief) onverstoorbaar, geheel rustig onder spanning, zonder enig medegevoel
    • Hij bleef er ijskoud onder. 
    • Zijn verwarde gedachteflitsen draaien voortdurend om die ijskoude blik van luitenant Pradelle. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 21