intensief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ten·sief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen intensief intensiever intensiefst
verbogen intensieve intensievere intensiefste
partitief intensiefs intensievers -

Bijvoeglijk naamwoord

intensief

  1. veelvuldig van ingreep en aandacht, zo intens mogelijk
    De intensieve behandeling resulteerde niet in de gewenste vooruitgang.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord intensief intensieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

intensief o

  1. (grammatica) een werkwoord waarvan de vorm een versterkte werking aangeeft, in het bijzonder door de van de stam van een bestaand werkwoord de slotmedeklinker is verscherpt
    Bukken, snuffen, wikken en hikken zijn intensieven van buigen, snuiven, wegen en hijgen.
  2. (grammatica) een bijvoeglijk naamwoord waaraan een versterkend element is toegevoegd
    "Piepklein" is een intensief van "klein", net zoals "bikkelhard" dat van "hard" is.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.