houtskool
Uiterlijk

- houts·kool
- samenstelling van hout en kool met het invoegsel -s- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | houtskool | houtskolen |
| verkleinwoord | houtskooltje | houtskooltjes |
de houtskool m
- verkoold hout dat wordt gebruikt als brandstof, als grondstof voor buskruit of als medicament
1. verkoold hout
- Het woord houtskool staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "houtskool" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ houtskool op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Trouw, krant van woensdag 17 aug 1960 (19de jaargang, nr. 4679), pagina 2, "Cyprus viert feest van onafhankelijkheid / Na 82 jaar einde aan Brits bewind"; gehaald via (geraadpleegd 2021-11-26)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %