houtskool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
brandend houtskool

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • houts·kool
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord houtskool houtskolen
verkleinwoord houtskooltje houtskooltjes

Zelfstandig naamwoord

houtskool m

  1. verkoold hout dat wordt gebruikt als brandstof, als grondstof voor buskruit of als medicament
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen