heterogeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·te·ro·geen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ongelijksoortig’ voor het eerst aangetroffen in 1788 [1]
  • met het voorvoegsel hetero- met het achtervoegsel -geen [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heterogeen heterogener heterogeenst
verbogen heterogene heterogenere heterogeenste
partitief heterogeens heterogeners -

Bijvoeglijk naamwoord

heterogeen [3]

  1. ongelijksoortig
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen