hervormer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·vor·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hervormer hervormers
verkleinwoord hervormertje hervormertjes

Zelfstandig naamwoord

hervormer m

  1. een persoon die hervormingen nastreeft
    • Niemand had zich gerealiseerd wat een hervormer de nieuwe directeur eigenlijk was. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be