harden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
harden
hardde
gehard
zwak -d volledig

Werkwoord

harden

  1. (overgankelijk) (metallurgie) hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
  2. (overgankelijk) (figuurlijk) psychisch tegen moeilijkheden bestand maken
    De kostschool hardde de jongen en bereidde hem voor op een loopbaan in het leger.
  3. het, iets ~ iets verduren
    De stank was niet te harden
  4. (ergatief) het proces van hard worden van een hars, lijm enz
    Het mengsel is nog niet goed gehard.
  5. (wederkerend) zich ~; zichzelf meer weerstand verschaffen
    Hij hardt zich voor de komende wedstrijd.
Vertalingen