ontharden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·har·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontharden
onthardde
onthard
zwak -d volledig

Werkwoord

ontharden [1]

  1. overgankelijk minder hard maken o.a.:
    1. (scheikunde) (van water:) door de kalkconcentratie te verlagen (-> ontkalken)
    2. (metallurgie) (van staal:) door gloeien en rustig afkoelen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen