Naar inhoud springen

handpalm

Uit WikiWoordenboek
  • hand·palm
enkelvoud meervoud
naamwoord handpalm handpalmen
verkleinwoord handpalmpje handpalmpjes

dehandpalmm

  1. (anatomie) binnenzijde van de hand
     Haar lichtblonde lokken glanzen als een stralenkrans door de donkere schaduwen van het glas, en de vrouw legt haar handpalm op de ruit.[1]
     ' Nella zoekt in haar zak naar een gulden en legt die op zijn vuile handpalm.[1]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be