Naar inhoud springen

haasten

Uit WikiWoordenboek
  • haas·ten
  • afgeleid van haast ?? met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
haasten
haastte
gehaast
zwak -t volledig

haasten

  1. wederkerend trachten om dat wat men te doen heeft snel af te maken
    • Hij haastte zich naar de deur. 
     Ze haasten zich naar het buffet, waar de pakjes Kellogg's Cereal en de verpakte croissants liggen die ze hier cornetti noemen.[1]
     Met barstende koppijn werd ik wakker en besloot nog een dag in Tehachapi te blijven. Er lag tenslotte nog een dik pak sneeuw in de bergen voor me, dus haasten had absoluut geen zin.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be