onthaasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·haas·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

onthaasten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onthaasten
onthaastte
onthaast
zwak -t volledig
  1. bewust kiezen voor ontspanning
    • Ondanks alles even ontsnappen, onthaasten, terug naar een fractie natuur die hen rest. Koppig wachten op een beet, de hengel als opgestoken middenvinger op een lome zomerdag. [1] 
    • Hijzelf is een trouw Ierlandganger. "Om te onthaasten. Geweldige natuur en cultuur. En Ieren lijken vaak net gewoon Vlamingen."[2] 
    • Ook de protestanten, verenigd in PKN, plaatsen zichzelf sinds vorige maand in de markt met posters. Daarop is de kerk niet alleen een plek om te geloven, maar ook om te onthaasten en zelfs om te twijfelen. 'We willen het beeld bijstellen', aldus een woordvoerster. [3] 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Standaard 2 september 2017
  2. Tubantia Frans Boogaard 28-08-2017
  3. Volkskrant Bart Jungmann 2 februari 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be