grondvesten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grond·ves·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

grondvesten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
grondvesten
grondvestte
gegrondvest
zwak -t volledig
  1. de fundamenten van een gebouw leggen / zorgen dat iets er komt
  2. (verouderd) (figuurlijk) wederkerend zich grondvesten op iets: zich op iets baseren
    • Ik grondvest me op de uitspraken van de betrouwbare wetenschapper. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen