baseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
baseren
baseerde
gebaseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

baseren

  1. overgankelijk ~ op: gronden, doen steunen
  2. wederkerend zich ~ op: steunen op, uitgaan van
    • Hij baseerde zich op een uitspraak van de raad uit 1923. 
Vaste voorzetsels
  • baseren op
Verwante begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.