gratuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·tuit
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gratuit gratuiter gratuitst
verbogen gratuite gratuitere gratuitste
partitief gratuits gratuiters -

Bijvoeglijk naamwoord

gratuit

  1. zonder reden, oorzaak, of een bewijs
    • Het is geen gratuite bewering, die samenhang is al vele malen aangetoond. 
    • Hij verbaasde zich over het gratuite geweld in het computerspel. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.