gouverneur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gou·ver·neur
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bestuurder’ voor het eerst aangetroffen in 1336 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord gouverneur gouverneurs
verkleinwoord gouverneurtje gouverneurtjes

Zelfstandig naamwoord

gouverneur m

  1. (beroep) het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
    • De gouverneur kreeg het voorstel er niet doorheen. 
  2. (beroep) het hoofd van een organisatie of instelling
    • De gouverneur van de centrale bank had de rente verlaagd. 
  3. (beroep), (onderwijs) huisonderwijzer
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen