gitarist
Uiterlijk
- gi·ta·rist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gitarist | gitaristen |
| verkleinwoord |
de gitarist m
- (muziek) (beroep) een musicus die een gitaar bespeelt
- ▸ Er was vaak een gitarist, die niet echt goed was, maar prima overweg kon met de basisakkoorden voor Bobs ‘Blowing in the Wind’.[1]
- ▸ In een begeleidend citaat vertelt Muskee dat ze dixieland speelden op VVD-feestjes voor mensen met een clubsjaal en glazen sherry in de hand - niet leuk, een beetje oubollig. Hij stapte spoedig over naar The Rocking Strings, dat Shadows-achtige rock & roll speelde, compleet met pakjes en pasjes. Ze hadden een heel talentvolle gitarist, Muskees vriend Eelco Gelling.[2]
- Het woord gitarist staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gitarist" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -ist in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %