gezichtshoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zichts·hoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gezichtshoek gezichtshoeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gezichtshoek m

  1. de ruimtelijke hoek waaronder beeldschermen en displays van apparaten zijn af te lezen
    • Verder kunnen er ook twee verschillende beelden worden weergegeven, het zogenoemde Picture in Picture (PinP). Meerdere chirurgen kunnen ook hetzelfde beeld vanuit hun eigen gezichtshoek te zien krijgen. [2] 
    • Liefhebbers van strips kunnen ook van beeldverhalen genieten tijdens een wandeling door Brussel. Op verschillende plaatsen in de stad zijn in totaal 32 stripmuren ingericht. Je krijgt onderweg meteen Brussel vanuit een andere gezichtshoek te zien. [3] 
  2. (figuurlijk) de positie vanwaaruit men een bepaalde kwestie bekijkt en beoordeelt
    • Langerock: ‘Elk jaar weer voeren de studentenverenigingen dezelfde politieke debatten met dezelfde koppen die dezelfde dingen herhalen. Wij willen dieper doordenken over vele thema's en die vanuit andere gezichtshoeken bekijken.' [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. gezichtshoek op website: Etymologiebank.nl
  2. Het Parool THOMAS VAN DER KOLK 23 JULI 2013 Sony komt met 3d-videohelm voor chirurgen
  3. De Telegraaf 09 nov. 2012 Jaar van het stripverhaal
  4. De Standaard 28 NOVEMBER 2009 Nieuwe Gentse studenten stichten ‘Kasper'