invalshoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·vals·hoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord invalshoek invalshoeken
verkleinwoord invalshoekje invalshoekjes

Zelfstandig naamwoord

invalshoek m

  1. de richting vanwaaruit je iets bekijkt
Synoniemen
  1. perspectief, oogpunt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie