invalshoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·vals·hoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord invalshoek invalshoeken
verkleinwoord invalshoekje invalshoekjes

Zelfstandig naamwoord

invalshoek m

  1. de richting vanwaaruit je iets bekijkt
    Je kunt de embryowet bekijken vanuit een juridische en vanuit een medische invalshoek.
    De bioloog zag al het menselijk gedrag vanuit een evolutionaire invalshoek.
Synoniemen
  1. perspectief, oogpunt


Meer informatie