knusheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knus·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van knus met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord knusheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

knusheid v [1]

  1. het gezellige, vertrouwde en veilige samenzijn
    • Je ziet ook vaak dat kinderen bij een ouder in bed slapen omdat die ouder alleenstaand is. Dan wordt de warmte en knusheid die het bij elkaar slapen geeft eigenlijk gebruikt door de ouder als een soort van alternatief van een gelijkwaardige slaappartner. En dat is niet eerlijk voor kinderen, om een soort van te zijn."[2] 
    • Bevalt het gesprek en de eerste indruk? Vraag een rondleiding. Het geeft de mogelijkheid een glimp van het 'hoe’ zien: de praktische uitvoering van het pedagogische beleid. Dit kan voor ouders lastig zijn omdat de aandacht al snel uitgaat naar het schattige kleine meubilair en de andere kneuterige knusheid die deze setting al snel oproept.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 06 jan. 2016
  3. de Telegraaf MARIT LANGEDIJK-VAN DER PRUIK 04 jan. 2016