geweten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·we·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘besef van goed en kwaad’ voor het eerst aangetroffen in 1588 [1]
  • vervoeging van weten: de stam met omvoegsel ge- -en
  • vervoeging van wijten: de stam met omvoegsel ge- -en en een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛɪ/ - /e/)
enkelvoud meervoud
naamwoord geweten gewetens
verkleinwoord gewetentje gewetentjes

Zelfstandig naamwoord

geweten o

  1. het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt.
    • Als je zo'n moord kunt plegen, heb je geen geweten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
weten

geweten

  1. voltooid deelwoord van weten

Werkwoord

vervoeging van
wijten

geweten

  1. voltooid deelwoord van wijten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen